Zo ziek zijn en door een arts, die me 23 jaar kent een juweel genoemd.

Even internet en van bed af Wat kan een mens nog meer wensen. als hij/zij er zo bijligt, dat een arts, die me al 23 jaar kent ( gepensioneerd) zegt. Manja; je bent een juweel geworden! Wel jaren geleden zei hij ook ivm met vele alters. Je bent als een diamant, met die vele facetten van jou en nu terug naar bed.

Dankjewel HAL!!! DF

Advertenties

Een tragedie.

Zolang dus al en nog veel langer. Toen fysiek wel minder slecht. Goed is ook dat nooit geweest! 21 was ik! ACTUELER DAN OOIT. Zo graag zou ik er heel stilletjes tussen uitknijpen zonder wie dan ook om hulp te vragen.

Leiden 1968

Ik ben

een schreeuw

door

de tunnel

Kolk

Er is iets wat me grijpt Ik wankel en word meegesleurd Tot op de bodem word ik gezogen Maar als er geen bodem is Blijf ik eindeloos zinken of is het stijgen De aarde is rond Er is geen begin Er is geen eind Het is een maalstroom Er bestaat geen slot

februari 1968

Het isolement

ik ben onzichtbaar ik schreeuw opdat men mij zal horen

verschrikt kijkt men op en ik geneer mij, omdat ik niet onzichtbaar ben

men heeft mij gehoord maar ben ik ook begrepen

ik geloof toch niet dat men mij werkelijk zien kan

februari 1968

De muur en het gat

Ik wil niet dus schop ik schop ik

maar er is niets om tegen te trappen

Dus val ik val ik val ik

Waar zal ik terechtkomen

februari 1968

Ik ben een korrel zand op de grote vlakte Ik ben een druppel water in de onmetelijke zee

Ik ben Ja, wat ben ik zou ik er eigenlijk wel zijn

Wie kan mij dat vertellen

februari 1968

Onrust

ik voel mij als een vluchteling nergens ben ik thuis dan ben ik hier dan ben ik daar altijd moet ik weg

februari 1968

Warmte

Armen beschermen mij handen strelen mij het is stil van binnen

mei 1968

Moeheid of verdriet

Onuitsprekelijk moe zit ik in een stoel Ik zou iets moeten doen Maar ik kan niet meer mijn hoofd valt opzij Tranen stromen en stromen langs mijn wangen waarom weet ik zelf niet maar ophouden gaat niet meer

maart 1968

Leegte

In de kamer zitten mensen Buiten schijnt de zon Binnen is het grauw

Gedachten, angst niet uit te drukken. Het maalt, het daast Ik schreeuw om hulp maar niemand kan mij helpen

maart 1968

Aandacht

Ik praat en lach Hij kijkt Zie je wel het lukt

Ik ben bang en huil Hij slaat zijn armen om me heen Ik heb mijn zin gekregen.

Hij wil met me praten Ik zwijg en hij gaat weg Ik blijf toch weer alleen

1968

Terwijl ik luister naar de muziek ben ik eerst gespannen en bang dan plotseling word ik warm van binnen er komen tranen in mijn ogen Ik voel mij groot en machtig en vol liefde Ik zou mee kunnen galmen met de muziek Maar opeens ben ik mij bewust dat er niemand is die ik duidelijk kan maken wat ik voel en alles is weer als tevoren

maart 1968

Het vertrek

Ik heb het besluit genomen Ik neem afscheid van ieder die me lief is Ik heb een beetje schuldig en weemoedig gevoel Maar eindelijk kan ik adem halen

maart 1968

Het Einde

Ik doe de deur achter me dicht En loop de duisternis in Alles is voor niets geweest

19 juli nu stilletjes de duisternis in lopen en oplossen, maar zelfs lopen kan ik niet meer.